vrijdag 18 februari 2022

 

7. Zwerven doorheen het netwerk

 

Het belang en het lerende aspect van “het zich verplaatsen” komt ook aan bod in de bijzondere pedagogische visie en in de concrete projecten van Fernand Deligny (Frankrijk 1913-1996).

Deligny heeft het meermaals over “le réseau” als structuur voor de sites waar hij autistische jongeren opvangt.

“Le réseau”, verklaart Deligny, is een samenstelling van verschillende “aires de séjour” (verblijfplaatsen), voldoende ver van mekaar verwijderd om autonoom te kunnen werken. Elke “aire” is bovendien samengesteld uit een netwerk van circulaties. Er is telkens één persoon (een “présence proche”, zie hierna) die de verantwoordelijkheid voor zo’n “air” op zich neemt. Deze netwerking komt in de plaats van een unieke, gecentraliseerde werkplek met hiërarchische verhoudingen.

Het “réseau” vertoont sterke gelijkenissen met de gedecentraliseerde campus van Cedric Price’s “Potteries Thinkbelt”. Alleen toont Deligny’s (infra)structuur zich in een sobere, haast primitieve gedaante: tenten en hutten verstoken van elk modern comfort en technologische ondersteuning. Een radicale tegenstelling met het “Fun Palace” of de “Potteries”-treinen maar wel ontworpen rond eenzelfde gedachte.

Voor Deligny zijn de medewerkers aan het project, de gebruikers van de “aires de séjour” geen “opvoeders” maar “nabije aanwezigen”. Zij zijn er mét, niet voor de kinderen. Er is steeds een zekere afstand, ook al leven ze samen.

In een andere tekst spreekt Deligny over hen “les vagabonds efficaces “, ‘nuttige vagebonden’. Met de verwijzing naar “les vagabonds efficaces” komt ook het begrip “circonstances” ter sprake: “Créateur de circonstances, voilà l’éducateur aux prises avec toutes les inerties,” aldus Deligny.

We kunnen hierbij niet anders dan denken aan de ‘nomadische bewoner’ van Constants “New Babylon”. Net als de leerling die zich van plaats naar plaats begeeft om zich te laven aan diverse kennisbronnen, is de leraar in deze constructie een zwerver, beweeglijk maar steeds, zij het discreet, aanwezig. Een ‘compagnon de route’, een term die ik al eerder gebruikte om de taak en de functie van leraren aan te duiden.[1]

Wat de ideeën en het werk van Deligny zo interessant maakt, is dat hij een manier heeft gevonden om uit de verplaatsingen van zijn pupillen zelf ook lessen te trekken. Met andere woorden: op basis van het traject dat een leerling binnen een netwerk volgt, kan men zijn leer-evolutie traceren en evalueren. Dat is exact wat Deligny deed met zijn “lignes d’erre”[2]:  grafische weergaves, noem het kaarten, van het gaan en keren van de kinderen, van een wonderbaarlijke schoonheid in hun onbedoelde kunstzinnigheid.

In een filmpje (dat op Youtube te vinden is) zie je hoe Deligny en zijn medewerkers op basis van een analyse van de bewegingen van een bepaald kind een evolutie kunnen vaststellen. Ze halen met andere woorden uit deze kaarten belangrijke informatie die ze op geen andere manier kunnen verwerven, ook al omdat de zwaar autistische kinderen niet tot een talig spreken in staat zijn. Andermaal toont zich hier de relevantie van "het zich verplaatsen" in een leerproces.     



[1] In “Over het leren van de kunst” (Politeia, Brussel 2020) p. 37

[2] Zie “Cartes et lignes d’erre, traces du réseau de Fernand Deligny (1969-79)”, L’Arachnéen, 2013

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

  Nawoord   In tegenstelling tot de beslistheid waarmee ik in het voorgaande mijn ideeën en inspiratiebronnen beschrij...